Om antwoorden te zoeken op actuele maatschappelijke uitdagingen nemen burgers steeds vaker het heft in handen in burgercollectieven die zelf goederen of diensten produceren, meestal vanuit een streven naar een duurzamer alternatief. Burgercollectieven nemen een niet langer te negeren plaats in binnen het middenveld. Om zicht te krijgen op die burgercollectieven liet de Koning Boudewijsntichting een studie uitvoeren.

Daaruit blijkt onder andere dat 58% zelfvoorzienend zijn, dus zonder financiële ondersteuning vanuit (lokale) overheden werkt. 78% van de burgercollectieven kwam tot stand zonder inspraak van de overheid. 80% vindt echter de relatie met de overheid wel belangrijk. 1 op 3 overlegt dan ook met het gemeentebestuur over activiteiten en diensten die ze aanbieden.

De relatie met de lokale overheid loopt niet steeds van een leien dakje. Gemeentebesturen vertonen af en toe nog argwaan. Sommige van de burgercollectieven ervaren zelfs “vooral tegenwind”. Nochtans is een samenwerking de beste manier om samen vooruit te komen, in het belang van de lokale bevolking en de maatschappij in het algemeen.

Slechts een minderheid heeft de indruk dat bedrijven hen als concurrenten zien. In tegendeel, ze vinden hun rol eerder aanvullend, meewerkend of vernieuwend.

Burgercollectieven worden vooral getrokken door hoogopgeleide burgers. Daar ligt nog een gat. In het streven naar een echte duurzame en inclusieve samenleving, wat in de meeste gevallen de uiteindelijke doelstelling is, moet er verder nagedacht worden over hoe ook minder kansrijke burgers kunnen worden betrokken bij de burgerbewegingen.

De volledige studie kan je lezen op de website van de Koning Boudewijnstichting.